BOEKEN

BOEK

Het eerste weekend

Het eerste weekend

Bernhard Schlink

Net als in De voorlezer en De thuiskomst biedt Bernhard Schlink ons weer verrassende inzichten in een beladen periode van onze geschiedenis, een tijdperk dat begon met een utopie en eindigde met moordende terroristen en een land in staat van oorlog.

Na twintig jaar gevangenisstraf heeft de president van Duitsland hem gratie verleend. De RAF is al lang verleden tijd.

Zijn zus Christiane wil zijn eerste weekend in vrijheid samen met een tiental oude vrienden feestelijk doorbrengen in een oud landhuis – zonder verslaggevers en zonder camera’s. Of ze nu tandtechnicus, advocaat of dominee geworden zijn, alle genodigden delen hetzelfde verleden: ze hebben ooit met de revolutie gesympathiseerd. Maar dat blijkt lang geleden. Uit loyaliteit, uit nostalgie of uit nieuwsgierigheid hebben ze de uitnodiging voor het weekend aanvaard. Hun meningen over de idealen van toen, over vrijheid, over terrorisme en verraad lopen – geen verrassing – inmiddels sterk uiteen.

En hoe is Jörg eraan toe, de man die gratie heeft gekregen? Ziet hij de beelden van zijn gijzelaars nog voor zich? Wat heeft hij overgehouden aan de tijd van het geweld? Fantastische verhalen? Of is hij tot sprakeloosheid vervallen, of zelfs in het reine gekomen met zijn daden?

Zijn vrienden willen hem helpen, steunen, raad geven – en tegelijk de grootst mogelijke afstand bewaren. Maar het verleden komt beangstigend dichtbij. Ze kunnen zich niet onttrekken aan een confrontatie met hun eigen biografie, met hun dromen over het leven en hun zelfbedrog.

Net als in De voorlezer en De thuiskomst biedt Bernhard Schlink ons weer verrassende inzichten in een beladen periode van onze geschiedenis, een tijdperk dat begon met een utopie en eindigde met moordende terroristen en een land in staat van oorlog.

   

Even voor zevenen was ze er. Ze had verwacht zo vroeg in de ochtend sneller vooruit en eerder aan te komen. De vertraging door de talloze wegwerkzaamheden had haar nerveus gemaakt. Zou hij naar buiten komen, vergeefs naar haar uitkijken en dan teleurgesteld en ontmoedigd zijn? In de achteruitkijkspiegel ging de zon op – ze was de zon liever tegemoet gereden dan ervan weg, ook al was ze er dan door verblind.

Ze parkeerde waar ze altijd had geparkeerd en legde de korte afstand naar de poort even langzaam af als ze altijd had gedaan. Ze zette alles wat met haar eigen leven te maken had uit haar hoofd en maakte ruimte voor hem. Weliswaar had hij altijd al een vast plekje in haar hoofd - er ging geen uur voorbij zonder dat ze zich afvroeg wat hij op dat moment deed, hoe het op dat moment met hem ging, maar wanneer ze met hem samen was, bestond voor haar alleen hij. Nu zijn leven niet langer stilstond, maar weer in beweging kwam, had hij haar aandacht meer dan ooit nodig.

Het oude, uit zandsteen opgetrokken gebouw lag in de zon. Weer trof het haar als eigenaardig dat een gebouw zo’n vreselijk doel diende en toch zo mooi kon zijn: de muur met de wilde wingerd, gras- en sapgroen in de lente en de zomer, geel en rood in de herfst, de kleine torentjes op de hoeken en de grote toren in het midden, waarvan de ramen aan de ramen van een kerk deden denken, de zware poort, afwijzend, alsof hij niet de bewoners binnen, maar hun vijanden buiten wilde sluiten. Ze keek op haar horloge. De mensen daarbinnen lieten je graag wachten. Het was haar regelmatig overkomen dat ze een bezoek van twee uur had aangevraagd en dan na het toegestane ene uur gewoon niet was opgehaald, zodat ze nog een halfuur of drie kwartier bij hem had gezeten zonder nog echt bij hem te zijn.

Maar toen om zeven uur de klokken van de nabijgelegen kerk begonnen te luiden, ging de poort open en kwam hij met zijn ogen knipperend tegen de zon naar buiten. Ze stak de straat over en omhelsde hem. Ze omhelsde hem voordat hij de twee grote tassen kon neerzetten, en hij onderging haar omhelzing zonder die te beantwoorden.
‘Eindelijk,’ zei ze, ‘eindelijk.’
‘Laat mij rijden,’ zei hij toen ze bij de auto stonden, ‘ik heb er zo vaak van gedroomd.’
‘Durf je wel? Er wordt tegenwoordig sneller gereden, en het verkeer is drukker.’

Hij stond erop, en bleef ook rijden toen het zweet van inspanning op zijn voorhoofd verscheen. Ze zat gespannen naast hem en zei niets wanneer hij in de stad bij het afslaan en op de snelweg bij het inhalen fouten maakte. Totdat er een wegrestaurant werd aangekondigd en ze zei: ‘Ik ben toe aan een ontbijt, ik ben al vijf uur op.’

Ze had hem eens in de twee weken in de gevangenis bezocht. Maar toen hij met haar langs het buffet liep, het dienblad vollaadde, bij de kassa stond, van de wc kwam en tegenover haar zat, had ze een gevoel alsof ze hem na lange tijd terugzag. Ze zag hoe oud hij was geworden, ouder dan ze bij haar bezoekjes had waargenomen of zichzelf had bekend. Hij was nog steeds een goed uitziende man, lang, hoekig gezicht, heldergroene ogen, vol, grijsbruin haar. Maar zijn slechte houding accentueerde zijn buikje, dat niet bij zijn magere armen en benen paste, hij liep niet, maar slofte, zijn gezicht was vaal, en de rimpels, kriskras over zijn voorhoofd en loodrecht en lang in zijn wangen, duidden niet op concentratie, maar eerder op uitputting. En als hij sprak – ze schrok hoe traag en aarzelend hij op haar woorden reageerde, en van de ongecontroleerde, nerveuze gebaren waarmee hij zijn woorden kracht probeerde bij te zetten. Waarom was haar dat bij haar bezoekjes nooit opgevallen? Wat was er met hem aan de hand? Wat speelde zich allemaal in hem af?


Download het fragment als PDF

'Een strak gecomponeerde roman die vlot leest. En elke wending blijft geloofwaardig.' - De Standaard

'Achteloos legt de schrijver zijn troefkaart van deze roman op tafel. Ergens in het boek staat geschreven: "onheil plant zich eindeloos voort." Deze gedachte koppel je als lezer automatische aan de Duitse geschiedenis. We zijn weer op vertrouwd terrein. Schlink schrijft ingetogen, maar geeft het verhaal middels zijn thematiek een grote lading. Mooi gedaan.' - Ronnie Terpstra, Boekhandel Van der Velde

'In Het eerste weekend omschrijft Bernhard Schlink op treffende wijze de emoties en gedachtegang van de aanwezigen. Sommigen zouden liever ergens anders zijn, waarom alles oprakelen? Anderen komen met een duidelijk doel voor ogen: profijt trekken van de media-aandacht die de vrijlating van de revolutionair teweeg zal brengen. Weer een ander is er uit onvoorwaardelijke liefde. Ondanks het complexe thema gaat dit boek - net als Schlinks debuutroman De voorlezer, over de houding van jonge Duits intellectuelen tegenover de gruweldaden van hun landgenoten - erin als zoete koek. Mét het voldane gevoel nieuwe inzichten te hebben gekregen, ervan te hebben geleerd en honger naar meer.' - Vrij Nederland

'Schlink, behalve schrijver ook hoogleraar staatsrecht, is vooral geïnteresseerd in de drijfveren van de mensen die symphatiseerden met de RAF. Vragen over goed en kwaad en de diffuse grens daartussen. Net als in zijn vorige romans geeft Schlink een beeld van hoe na-oorlogse generaties worstelen met het inktzwarte verleden van hun land.' - Nico de Boer, de Volkskrant

'In zijn nieuwe roman, Het eerste weekend, heeft Schlink het probleem teruggebracht tot intermenselijke proporties. "Terrorisme als kamerspel" noemt hij het. Een lid van de harde kern van de RAF wordt vervroegd vrijgelaten. Deze Jörg wordt door zijn zuster meegenomen naar haar landhuis voor een ontmoeting met oude vrienden, kennissen en familie. Letterlijk aan de keukentafel ontspinnen zich gesprekken over drijfveren, morele kwesties, sympathieën, familiebanden, liefde en verraad. "Het is een drama tussen mensen. Hoe ga je om met terroristen die je kent? Wat zeg je tegen iemand die het sociale contract, dat men niet zal doden, heeft opgezegd? Deugt zo iemand weer als zijn straf erop zit, kan dat?" - Theo Hakkert in Tubantia

'Feitelijk een ideeënroman in de trant van Iris Murdoch en Simone de Beauvoir, waarbij de figuren niet zozeer door hun persoonlijkheden worden gekarakteriseerd alswel door de ideeën en de overtuigingen waarvoor ze staan. Door het nog altijd actuele belang van die ideeën, de soepele schrijfstijl en dialogen en een enkele verrassende plotwending weet de auteur het boek echter continu spannend en interessant te houden. Uitstekend vertaald.' - C.C. Oliemans voor NDB|Biblion

Bespreking door Mieke van der Weij

Ergens in de jaren zeventig sjouwde ik braaf mee met de vele demonstraties die er in Amsterdam gehouden werden. Ik was geen actievoerder, meer een meeloper. Iedereen was links in die tijd, vandaar. Zelfs aan een optocht naar de Duitse ambassade - om een beter gevangenisregime voor RAF gevangenen af te smeken geloof ik - deed ik mee. Ach ja, de tijdgeest.

Bron: NCRVGids.nl

Discussietips op Vitaal.nl

Bron: Vitaal.nl

Recensie op ReformatorischDagblad.nl

De Duitse schrijver en rechter Bernhard Schlink heeft het gegeven van de vrijlating van een langgestrafte terrorist van de Rote Armee Fraktion (RAF) tot basis gemaakt van zijn roman Het eerste weekend.

Bron: Refdag.nl

Recensie op Volkskrant.nl

Hoe je te gedragen tegenover een ex-terrorist, welke vragen stellen, welke liever niet? Daarom draait de nieuwe roman van Bernhard Schlink.

Bron: Kunst.Volkskrant.nl

Recensie op NRCBoeken.nl

Bernhard Schlink schreef zijn nieuwe roman Het eerste weekend terwijl in Duitsland de discussie over het pardon voor RAF-terroristen vorig jaar flink was opgelaaid.

Bron: NRCBoeken.nl

geplaatst op de longlist van de IMPAC Dublin Literary Award 2012