BOEKEN

BOEK

Ezel, schaap en tureluur

Ezel, schaap en tureluur

Gerbrand Bakker

Speciaal voor de Boekenweek stelde Gerbrand Bakker dit Dierendagboek samen, waarin naast reeds gepubliceerde teksten ook nieuw werk en gedichten van hem zijn opgenomen.

De roman Boven is het stil van Gerbrand Bakker had een overweldigende entree in de internationale literaire wereld. Grote indruk maakte onder meer de manier waarop Bakker de natuur beschrijft. Zijn observaties van de dieren in dit boek zoals vogels, koeien, schapen en ezels riepen vergelijkingen op met grote namen uit de wereldliteratuur. Bijna terloops portretteert Bakker de dieren alsof hij als het ware op ooghoogte met ze is. De scènes in Boven is het stil waar Helmer bijna verzuipt als hij een schaap wil redden uit de sloot, onder de koe zit te soezen bij het melken en met zijn buurjongetjes plezier maakt bij het voeren van zijn ezels zullen de lezers van de roman niet snel vergeten.

Bakkers stukjes op zijn weblog en zijn columns in de Groene Amsterdammer zijn ook regelmatig aan dieren gewijd. De gierzwaluw, de tureluur, het kauwtje, de snip, de teckel, de herdershond en natuurlijk schapen, een ezel en nog veel meer dieren komen op oorspronkelijke wijze aan bod. Speciaal voor de Boekenweek stelde Gerbrand Bakker dit Dierendagboek samen, waarin naast reeds gepubliceerde teksten ook nieuw werk en gedichten van hem zijn opgenomen.

   

Betsie, Trudie, Trijnie en Bert
Maart 1995


Op de tweede dag ben ik ze namen gaan geven. Ik zat te werken – of deed alsof – aan de grote houten eettafel in de woonkamer van het vakantiehuisje in De Knipe. Ik had uitzicht over het land. Als het niet regende of mistte, kon ik heel in de verte Langezwaag onderscheiden. Dat dorp had echter mijn aandacht niet. Ik zag alleen die vermakelijk vierkante bollen wol die soms monter, soms moeizaam, rondstapten over het modderige land, dat nog maar een paar dagen geleden ontdooid was. Betsie was kreupel. Aan twee poten. Als ze vanaf haar rustplaats (een hoop oud hout en een paar kapotte asbest golfplaten) op weg ging naar de hoop kuilvoer, duurde het minstens twintig woorden (ik was bezig Kramers Woordenboek uit te dunnen tot een pocketwoordenboek) voor ze er aankwam. De rest stond dan al te vreten en ze moest dringen en wringen om haar kop in de buurt van het voer te krijgen. Als het zachtjes regende, en ze schokschouderde voorbij, en de wind nam nog iets in kracht toe, dan moest ik me afwenden. Het was te erg.

Als de rest klaar was met vreten, liepen ze allemaal tegelijk weg en Betsie bleef dan nog even wat zwakjes van het kuilvoer vreten. Ik kon zien dat ze er geen plezier meer in had.

Trudie was een dorstig schaap. Zij was de enige die geregeld stopte met eten om een stukje verderop in een plas wat water te gaan drinken. Ze dronk lang en, zo zag ik, met gulzige slokken. Daarom ben ik haar Trudie gaan noemen.
Trijnie was de baas. Ze had de kleinste en smalste kop van allemaal, en toch was ze de baas. Ze toonde haar superioriteit vooral door bovenop de hoop kuilvoer te klimmen om daar, pontificaal boven de rest uittorenend, grote stukken kuilvoer uit de hoop te rukken. De rest scheen het normaal te vinden. Ze keken er zelfs niet van op als Trijnie begon te schijten of te pissen. Het was alsof ze er hoorde. Zij en zij alleen had het recht, iedere winter weer, bovenop het kuilvoer te staan. En er te blijven staan.

Op de derde dag lag er een verse hoop kuilvoer, een hoop van minstens een meter hoogte. Trijnie klom er kwiek bovenop en scheet meteen het verse voer onder. Ik schrapte woorden en tijdens het werken keek ik af en toe op. Ik wilde niets missen. Om vier minuten over elf viel Trijnie van de hoop af. Ze verstapte zich, wankelde even, leek zich staande te kunnen houden, maar uiteindelijk rolde ze bovenop Betsie. Daar waren ze allemaal beduusd van. Eerst keken ze elkaar aan en vervolgens keken ze Trijnie aan. Trijnie blaatte niet, mekkerde niet, maar draaide zich resoluut om en liep naar het andere eind van het stuk land. Ik heb haar niet meer teruggezien bij de hoop. Betsie liep na die dag nog slechter dan ze al deed.

Betsie was ook de enige die nog geen rood achterwerk had. In het koppel schapen, negen in getal, liep één ram. Een ram met een dekbord om zijn buik gebonden. Hij had ze allemaal al gehad. Behalve Betsie. Hij was niet aardig, dat zag ik zo. Het was een narrig, humeurig schaap met pretenties. Ik ging een keer (ik geloof dat het de vierde dag was) een sjekkie roken achter het huis en tijdens het roken liep ik naar de droge sloot die het erf scheidde van het stuk land. Die ram (ik heb hem Bert genoemd, ik weet niet precies waarom) draaide zich om en ging mij aan staan kijken en hij hield pas op met kijken toen ik mijn sjekkie onder mijn voet uittrapte. Zo'n soort van schaap. Een schaap met een enorme eigendunk. Daarom had hij natuurlijk Betsie nog niet gedekt, dat was beneden zijn stand. Een kreupel schaap dekken, nee, dat doe je niet.

Verstuur het omslag als e-card

Bron: Covercards.nl

Vermelding op BoekMagazine.nl

Ezel, schaap en tureluur heeft de vorm van een dagboek. Je moet het boek verorberen zoals de auteur het opgediend heeft: in dagelijkse porties. Volgens mij heeft het lezen van Bakker een therapeutische werking.

Bron: BoekMagazine.nl