BOEKEN

BOEK

Een vrouw in Berlijn

Een vrouw in Berlijn

Anoniem

Het openhartige dagboek Een vrouw in Berlijn van een jonge vrouw die de bombardementen en het eind van de oorlog meemaakt in een stad vol Russische soldaten is weliswaar in de jaren vijftig uitgegeven, maar toen totaal genegeerd en verguisd. Nu is het in veel talen leverbaar en onlangs succesvol verfilmd.

Zie voor meer informatie over de film en de trailer www.anonyma.film.de

Er zijn veel dagboeken over het einde van de Tweede Wereldoorlog, maar er is er nauwelijks een dat zo openhartig is als dit. De schrijfster, die op het moment van schrijven ongeveer dertig jaar oud is, een ontwikkelde, kosmopolitische vrouw, noteert in drie schoolschriften indringend wat miljoenen vrouwen hebben meegemaakt: eerst het overleven in de puinhopen, zonder water, gas en elektriciteit, gepijnigd door honger, angst en weerzin, en vervolgens, na de slag om Berlijn, de vernederingen en verkrachtingen, de wraak van de Russische overwinnaar.

In het dagboek ontbreekt elk spoor van het zelfmedelijden waaraan de Duitsers na de nederlaag in 1945 leden; in plaats daarvan nietsontziende observaties, overpeinzingen die alleen maar op de waarheid uit zijn, volledige afwezigheid van illusies, en af en toe een bijna droge humor.

Het is een onthutsend document over gruwel en schaamte, de wil te overleven en zelfhandhaving, waardoor het einde van de oorlog in een nieuw licht komt te staan.
Een vrouw in Berlijn verscheen voor het eerst in het Engels, in 1954. Er volgden vertalingen in negen talen, onder andere in het Nederlands (1957). Pas in 1959 verscheen het boek in de oorspronkelijke taal, het Duits, bij een kleine Zwitserse uitgeverij.

   

Vrijdag 20 april 1945, 16 uur

Ja, de oorlog dendert op Berlijn af. Wat gisteren nog gerommel in de verte was, is vandaag aanhoudend trommelvuur. Je ademt kanongebulder in. Je oren worden doof, je hoort alleen nog de zwaarste schoten. Waar ze vandaan komen is allang niet meer te onderscheiden. We leven in een kordon van vuurmonden, dat zich ieder uur verder sluit.

Tussendoor uren van onheilspellende stilte. Plotseling schiet je te binnen dat het lente is. Tussen de geblakerde ruïnes van de wijk door waait de geur van seringen uit de verlaten tuinen in golven aan. Het stompje van de acacia voor de bioscoop is een en al groen. Ergens tussen de alarmsirenes door moeten de volkstuinders gerooid hebben, want de aarde van de volkstuintjes bij de Berliner Straße ligt er vers omgespit bij. Alleen de vogels vertrouwen deze aprilmaand niet: er zit geen mus in onze dakgoot.

Tegen drie uur reed de krantenbezorger bij de kiosk langs. Er stonden al zo'n twintig mensen naar hem uit te kijken. In een oogwenk was hij aan het zicht onttrokken tussen de uitgestoken handen met muntgeld. Gerda van de portier kreeg een paar 'avondedities' te pakken en gaf er één aan mij. Een echte krant is het niet meer, alleen nog een soort speciale editie, tweezijdig bedrukt en vochtig. Onder het lopen las ik eerst het legercommuniqué. Nieuwe plaatsnamen: Müncheberg, Seelow, Buchholz. Klinkt akelig Brandenburgs en dichtbij. Een vluchtige blik op het westelijk front. Wat gaat dat ons nog aan? Ons lot dendert uit het oosten aan en zal ons klimaat veranderen zoals ooit de ijstijd. Waarom? Je kwelt jezelf met vruchteloze vragen. Ik wil me nu alleen op de komende dag richten, het dagelijkse werk dat gedaan moet worden.
Om de kiosk heen overal groepjes mensen, lijkbleke gezichten, gemompel: 'Nee, wie had dat ooit kunnen denken.'
'Iedereen had toch nog wel een beetje hoop.'
'Aan ons denken ze niet, wij zijn de pineut.'

En over het westen van het land: 'Die hebben het goed. Die hebben het gehad.' Het woord 'Russen' spreekt niemand meer uit. Het wil niet over de lippen komen.
Weer boven op de zolderverdieping. Mijn huis is het niet. Ik heb er geen meer. De gemeubileerde kamer die bij een bombardement is verwoest was natuurlijk ook niet van mij, maar toch had ik hem in de loop van de zes jaar dat ik er woonde met mijn bestaan gevuld. Met mijn boeken en foto's en de honderd dingen die je om je heen verzamelt. Mijn zeester van de laatste zomer voor de oorlog op Norderney. De kelim die Gerd voor me had meegebracht uit Perzië. De wekker vol deuken. Foto's, oude brieven, de citer, mijn munten uit twaalf landen, het breiwerk waaraan ik begonnen was - al die souvenirs, huiden, schalen, bezinksel, de behaaglijke rommel van voorbije levensjaren.

Nu ik alles kwijt ben op een koffer met wat kleren na, voel ik me naakt en licht. Omdat ik niets meer heb, is alles van mij. Bijvoorbeeld deze onbekende zolderverdieping. Helemaal onbekend is hij me trouwens niet. De eigenaar is een oud-collega van me. Ik kwam hier vaak op bezoek voor hij werd opgeroepen. We sloten de toen gebruikelijke transacties: zijn Deense vleesconserven tegen mijn Franse cognac; mijn Franse zeep tegen de kousen die hij via Praag kreeg. Ik kon hem nog net laten weten dat mijn huis bij een bombardement was geraakt en kreeg toestemming hier in te trekken. Hij liet voor het laatst iets van zich horen vanuit Wenen, waar hij bij de censuur van de weermacht werkte. Waar zou hij nu zijn...? In ieder geval zijn zolderverdiepingen weinig in trek. Bovendien regent het in, omdat een deel van de dakpannen stuk is of weggewaaid.

Ik vind geen rust hier boven, draaf voortdurend heen en weer door de drie vertrekken. Ik heb alle kasten en laden systematisch afgezocht op iets bruikbaars, dat wil zeggen iets eetbaars, drinkbaars, brandbaars. Jammer genoeg bijna niets gevonden. Daar heeft mevrouw Weiers, die hier schoonmaakte, vast al werk van gemaakt. Tegenwoordig is alles van iedereen. Je bent nog maar losjes met de dingen verbonden, maakt geen duidelijk onderscheid meer tussen eigen en andermans bezit.

In een la, klemgeraakt in een kier, vond ik een brief aan de bewoner. Ik schaamde me dat ik hem las en las hem toch. Een verliefde liefdesbrief, heb hem in de badkamer door de wc gespoeld. (Water hebben we het grootste deel van de tijd nog.) Hart, smart, liefde, lust. Wat een verre, vreemde woorden. Blijkbaar vereist een verfijnd, kieskeurig liefdesleven regelmatige, toereikende maaltijden. Mijn middelpunt, terwijl ik dit schrijf, is mijn buik. Al mijn denken, voelen, verlangen en hopen begint met eten.

'Het bewerkte dagboek Anonyma, Eine Frau in Berlin flopte in 1959 in Duitsland. Wellustig en beledigend vonden recensenten: het boek trof de Duitse man in zijn ziel.' - Trouw

'Nu lees je vooral een fraai en indrukwekkend oorlogsverslag van een vrouw die geen sensatie zoekt, lijdt met de mensen om haar heen en in die hel haar eigenwaarde nooit verliest.' - Algemeen Dagblad

'Wie denkt alles al te weten van het verleden, kan zijn toevlucht nemen tot het egodocument. Om de kennis te verdiepen. Niets versterkt beter de illusie precies te begrijpen hoe het is geweest dan brieven, dagboeken en memoires.' - NRC Handelsblad

Verstuur het omslag als e-card

Bron: Covercards.nl

Vermelding in In Europa

Afgelopen week ging in Duitsland de film Anonyma. Eine Frau in Berlin in première. Het is de verfilming van het gelijknamige boek, een dagboek van een vrouw in Berlijn over de maanden april t/m juni 1945.

Bron: Weblogs.VPRO.nl

Bespreking op Liberales.be

Dit boek is een uniek getuigenverslag. De schrijfster ervoer in de jaren vijftig zoveel narigheid bij de publicatie van haar dagboek dat ze het bij haar leven niet meer herdrukt wenste te zien.

Bron: Liberales.be

Bespreking op Boekgrrls.nl

Het was boeiend om te lezen hoe het leven langzaam weer op gang kwam, met bijbehorende bureaucratie om alles te remmen.

Bron: Boekgrrls.nl

Boekverslag op Scholieren.com

Ik heb het boek in een paar dagen uitgelezen. Ik vond het moeilijk om het neer te leggen, al ben ik de eerste dag echt verschoten van wat ik las. Ik was dus behoorlijk gegrepen door het boek. Heel boeiend om te lezen!

Bron: Scholieren.com

Bespreking op Derecensent.nl

Een vrouw in Berlijn is een (laat) eerbetoon aan deze bijzondere vrouw. Maar meer nog is het een indrukwekkende tekst over de keerzijde van de capitulatie van Duitsland.

Bron: Derecensent.nl