BOEKEN

BOEK

De voddenkoningin

De voddenkoningin

Saskia Goldschmidt

De voddenkoningin is het wervelende levensverhaal van Koko, die in de sixties en seventies vodden verzamelt, er vintagemode van maakt, en op het hoogtepunt van haar carrière alles weer verliest. De roman is ook het verhaal van voddenboeren die in groothandelaren veranderen, van hippies die zakenmensen worden en van liefdadigheid die omslaat in commercie. Van idealen die ons ooit dierbaar waren.

In de roaring sixties reist Koko in haar eentje heel Europa door op jacht naar kleding en paait de handelaren met haar stoerheid en haar charme. Ze is succesvol en ze wordt een merk: Koko’s, koningin van de tweedehands glamour, bekend in Milaan, Parijs en Berlijn.

Als klein meisje heeft ze de kneepjes van het kleermakersvak van haar moeder afgekeken. Wanneer de spanning thuis oploopt omdat haar moeder weer met een foute man thuiskomt, vlucht het stille meisje in een droomwereld, waarin ze zich omringt met haar zelfgemaakte poppenkleren.

Als zestienjarige ziet ze op de markt dat de mooiste oude kleren, dansjurken en feestkleding van kant, fluweel en zijde, als vodden per kilo verkocht worden. Zonde van de verspilling, denkt ze, en als ze van school af is, begint ze haar eigen handel. Ze koopt oude vodden op, en met kleine aanpassingen maakt zij er hippe kleren van. Ze heeft een goede smaak en een feilloos gevoel voor wat de mensen mooi vinden.

Haar kraampje op het Waterlooplein groeit uit tot een stijlvolle winkel, dé plek voor fashionista’s avant la lettre, modejournalisten en couturiers. Maar succes in de mode is broos en vluchtig, en de concurrentie is moordend: het kan van de ene dag op de andere verkruimelen, verwaaien of in rook opgaan.

Sprookje en tragedie, portret van een ondernemende vrouw, verhaal van vriendschap, vertrouwen en economisch roofridderdom – met De voddenkoningin laat Saskia Goldschmidt ons een wereld zien, die zeldzaam vertrouwd en vreemd tegelijk is.

Ook verkrijgbaar als eboek

   

Ik ben niets meer dan het ongewenste gevolg van de verjaardagsborrel die mijn moeder in het café ging halen op de dag dat ze achttien werd. Een tien jaar oudere man trakteerde haar op te veel drank en daarna nam hij haar in wat ze ‘het achterafje’ noemde. Of hij haar toestemming had of dat ik het product ben van brute agressie heeft ze nooit verteld. Ze maakte weinig woorden aan hem vuil en wat ik over hem hoorde maakte niet nieuwsgierig naar meer.

‘Er is in dit huis geen plek voor sloeries,’ schijnt mijn oma gezegd te hebben toen ze met samengeknepen ogen naar het strakgespannen bloesje van mijn moeder keek, waarna ze haar dochter een klein leren koffertje en een zwart beursje met zilveren beugel in handen duwde en de deur wees. Omdat mijn moeder niet wist waar ze heen moest, zocht ze in het café de man op die haar van haar maagdelijkheid beroofd had. Hij was een van de vrije jongens van het dorp die het volgens haar vader verdomden een bijdrage aan de wederopbouw te leveren. Ze stapte de kring van mannen in en zei dat ze hem spreken moest. Hem alleen. Hij antwoordde dat hij geen geheimen had voor zijn vrienden. Toen ze ten slotte aarzelend vertelde wat er aan de hand was, riep de man die de naam vader niet verdient boven het gebrul van de kerels uit: ‘Wie het krijgt mag het houden.’

En dus ging ze naar Amsterdam en kwam ze terecht in het café van Bet van Beeren op de Zeedijk. Daar werd het meisje uit de provincie met haar zachte blozende wangen, springerige blonde krullen en opbollend buikje door de clientèle, een mix van figuren uit de onderwereld, kunstenaars en intellectuelen, welwillend ontvangen en men zei haar ter geruststelling dat meisjes als zij de zonde dubbel en dwars waard waren. Langzaam vond ze haar draai, hoewel ze altijd aan de rand van het kunstenaarsmilieu is blijven bungelen. Ze had onmiskenbaar talent, maar ze is nooit echt tot bloei gekomen.

Ik heb dat beter gedaan. Tenminste, dat heb ik tot voor kort gedacht. Mijn moeder was altijd bang voor de dag dat er geen geld meer zou zijn. Ik ben nu veel meer kwijtgeraakt dan geld alleen.

Van mens in merk veranderen gaat geleidelijk. Ik scharrelde eerst op het plein en later in mijn winkel en op een dag was ik een spraakmakende brand, Koko’s, koningin van de tweedehands glamour, bekend in Milaan, Parijs en al die andere plaatsen waar modekoningen regeren. Succesvol zijn is een kwestie van hard werken, talent en een beetje geluk. Koko’s werd gekoesterd door enthousiaste klanten, modejournalisten en couturiers.

Succes voelt als een stevige, solide bodem, als een ondergrond even hard als het gesteente waaruit negentiende-eeuwse fabrieken zijn opgebouwd. Maar in werkelijkheid is het broos en vluchtig en kan het van de ene op de andere dag verkruimelen, verwaaien, of in rook opgaan.

Opeens is Koko’s niet meer dan een leeggeroofd koninkrijk. Ze hebben ieder jurkje, ieder dierbaar lapje broderie anglaise, elk stukje wilde zijde van me afgenomen. Mijn winkelruit wordt ontsierd door een groot bord te koop. Dat zal er niet lang hangen, de straat waar ik dertig jaar geleden begon is tegenwoordig de perfecte locatie, gewild bij de grote modeketens.

Voor het eerst in mijn leven heb ik de tijd om door de stad te slenteren. Ik zou mijn concurrentenvrienden kunnen bezoeken die drukdoende zijn in hun winkeltjes. Ik zou een kijkje kunnen nemen in de overvolle etalageruit van de verraderlijke copy cat met zijn protserige Porsche, die niet zal proberen zijn leedvermaak te verbergen.

Ik zou de pont kunnen nemen naar de overkant van het IJ, waar mijn loods staat, die nu verboden gebied is. Ik zou misschien wel het liefst naar De Fortuin lopen en met Joshua, midvoor aan de toog, een bel jenever drinken. Maar dat kan ik niet. Alles verliezen is één ding, maar mijn schuld in zijn ogen te moeten lezen is onverdraaglijk.

Ik weet hoe ik prachtige partijen moet inkopen, ik kan met de grootste hufters goed zaken doen en trends voorspellen of maken, ik ben als geen ander in staat met wat doeken, triplex en een paar jurken een sprookjeswereld te creëren, maar de weg terugvinden, van een bekend merk gewoon weer mens worden, is een ander verhaal.

Door het raam van mijn etage kijk ik naar het patroon van grijze stoeptegels, matglanzend van de motregen die uit de grauwe lucht drupt, traag, als uit een lekkende kraan. Het is te druk in mijn hoofd, mijn hart klopt alsof ik kilometers gerend heb en ik voel me alsof ik een honderdkilobaal kleding ben die met te veel vodden gevuld is en uit elkaar knalt, zoals dat soms gebeurde in een sorteerderij waar een onervaren werknemer aan de pers stond. De samengedrukte kledij spatte uit elkaar, kleurige kleren die door de grote ruimte zweefden als de vlokken van de populieren in het voorjaar en verspreid door de loods op de vloer neerkwamen, onder luid gelach van de sorteersters en het hartgrondige gevloek van de baas.

Ik word niet langer in beslag genomen door partijen kleding, door vracht uit Amerika, door trips naar Duitsland, Polen en de Baltische staten, door klantencontacten en personeelsbijeenkomsten, door verkoopevenementen, pasfestijnen en bezoekjes van stylisten of contracten met de bank. Alles is verdwenen, behalve de verhalen in mijn hoofd, verhalen die verborgen zaten in de ruches van de bloesjes, in de zijden sjerp van de zeeblauwe dansjurk, in het haast doorschijnende weefsel van de batisten petticoat en in de opgestikte rijnkiezels en nepkoralen op het lijfje van de uitbundige avondjapon.

En tussen die verhalen door doolt de geschiedenis van een zestienjarig grietje, een kind zonder vader en met een moeder die veel te vroeg stierf. Toen ze wist dat er geen redden meer aan was, vond mijn moeder een kroegcontact, een advocaat, bereid om voogd te worden. Hij regelde de officiële zaken en een paar keer per jaar aten we samen. Dan herinnerde ik hem eraan dat een schoolcarrière verspilde moeite was, de maandelijkse wezenuitkering op mijn girorekening welkom en dat ik het best gedijde zonder bemoeienis.

De opluchting van de advocaat dat de op het sterfbed afgedwongen belofte niet tot ingrijpende veranderingen in zijn leven hoefde te leiden was groot. En ik, zestien lentes pril, de leeftijd van de treurige heldin uit een liedje van troubadour Boudewijn de Groot, had werkelijk niemand nodig. Amsterdam was het magisch centrum van de wereld, de pleisterplaats voor hippies, kunstenaars en muzikanten. Alles lag voor het oprapen: de muziek en de minnaars in Paradiso, de hasj in het Vondelpark en de tweedehands textiel op het Waterlooplein.

En hoewel ik van de eerste drie niet vies was, werd de laatste mijn grootste passie. Ik ben opgegroeid in een huis waarin kleding de belangrijkste bron van inkomsten was. Daaraan is het te danken dat ik snel opmerkte dat niet alleen muziek als Sgt. Pepper’s van The Beatles en ‘A Whiter Shade of Pale’ van Procol Harum het kanaal overwaaide, maar dat ook een nieuwe modetrend, afkomstig uit de boetieks van Carnaby Street en King’s Road het vasteland bereikte. Een trend die niet minder dan een revolutie was, de youthquake, die het monopolie van de Parijse modekoningen doorbrak door hen in één klap van de troon te stoten. Opeens waren die alleen nog relevant voor de dames van gisteren. Voor het eerst in de geschiedenis werd de kledingtrend niet meer bepaald door mensen met zakken vol geld. In een ongelooflijk tempo democratiseerde de mode en ik realiseerde me welke kansen dat bood.

Ik behoorde, jong als ik was, tot de voorhoede. Ik was een hippie die zich niet langer de wet liet voorschrijven. Niet door docenten, politici, en andere betweters. We weigerden naar school te gaan en suffe baantjes aan te nemen, we wezen iedere vorm van status af en geloofden alleen nog maar in onze eigen creativiteit. De manier waarop we ons kleedden was een statement, een protest tegen de samenleving die alleen nog maar om macht, oude mannen en geld leek te draaien.

Er ontstond een mode waarin ieder individu zijn of haar eigen creaties samenstelde, uit een mix van bewerkte tweedehandskleding van twintig, dertig jaar oud, Indiase items en zelfgemaakte accessoires. Ik selecteerde als eerste op het Waterlooplein uit de stapels vodden de charlestonjaponnetjes, jarenveertigmantelpakjes en namiddagjurkjes, ik deed ze in de wasmachine, repareerde, streek en verkocht ze vervolgens op hetzelfde plein met winst.
De voddenboeren bekeken me in eerste instantie met verbazing.

Een grietje met knaloranje hennahaar, schoenen met zolen van touw, om de heupen een worteldoek zoals men die kende van de tafels in het koffiehuis en in een opoebloemetjesjurk waar ik het kraagje van afgeknipt had, waardoor men, als ik de voddenhopen op de grond doorzocht, ongegeneerd uitzicht had op mijn bh-loze borsten. Jong en totaal mesjogge vonden ze me. In niets te vergelijken met de klanten die ze tot dan toe gewend waren.

Er waren wel kunstenaars en andere mafkezen op het plein te vinden, maar de meeste klanten waren meiden met sjaaltjes over hun permanentjes, soms nog met krullers in het haar, of torenhoge suikerspinnen op het hoofd, of vrouwen die in hun lange leren jassen en met kaplaarzen aan een degelijke rok of jurk zochten, of verweerde mannen die op zoek waren naar een modern nylon gevalletje voor hun vriendin. Klanten die niet meer dan een grijpstuiver betaalden voor de kleren die ze uit de stapels visten. Ik was de voorbode van een nieuwe tijd, de aanspreker van wat de gouden jaren zouden worden.
 


Download het fragment als PDF

‘Goldschmidt toont zich een verhalenvertelster pur sang. Een verhaal dat van begin tot eind boeit. De kracht van Goldschmidt is haar vermogen om haar personages tot leven te wekken. Haar beste boek tot nu toe.’ – Noordhollands Dagblad ****

'Goldschmidt schept een kleurrijk beeld van de roerige jaren '70 en '80. De voddenkoningin is een wannahave voor elke vintageliefhebber.' - de Volkskrant

'De voddenkoningin is meer dan het bruisende levensverhaal van Koko: het geeft ook een pakkend tijdsbeeld van de afgelopen decennia en laat zien hoe de idealistische hippiehandel veranderde in keiharde commercie. Saskia Goldschmidt schreef een prachtig boek, waarin haar liefde voor het echte vakmanschap van vroeger van de pagina's spat.' - Libelle Blos

'De toon is juist licht en levendig. In directe, levendige zinnen voert Goldschmidt haar Amsterdamse heldin door de veranderende tijden. Goldschmidt geeft in De voddenkoningin een interessant kijkje in de handel in tweedehandskleding. Het boek heeft dus zo zijn sociologische en historische kanten, maar het ontleent zijn charme vooral aan zijn praktische inslag: de aandacht voor hoe oude, liefst handgemaakte kleren, jurken vooral, in elkaar zitten. Ik heb zelden zo vurig, zo geanimeerd, zo verliefd horen vertellen over coupenaden, stiksels, zomen, knoopsgaten, tule, kant, voeringzijde, gerimpelde kragen of blind ingezette ritsen. De voddenkoningin is geen gewone roman. Het is een ontroerende lofzang op de winkeldochter.' - NRC Handelsblad

'De voddenkoningin is een meeslepend verhaal met tragische ondertoon over de tweedehandskledingbranche. Goldschmidt documenteert met precisie en gevoel voor decor zo'n vijftig jaar 'voddengeschiedenis'. Een 'Amsterdamse' roman, zonder opsmuk, vlot geschreven, werelds en een beetje kneuterig tegelijk.' - De Telegraaf

‘Het was voor mij een plezier om te lezen , ik heb er van genoten! De sfeer van de fifties, sixties en seventies is goed geraakt en dan de beschrijving van Amsterdam en de verschillende stijlen van kleding. Echt een kijkje achter de schermen, geen idee gehad wat zich afspeelde in de wereld van de tweedehands kleding maar nu dus wel. Ik zal vanaf nu altijd met een andere blik naar de kledingcontainer op de hoek kijken :) Ik zal haar boek zeker gaan promoten!’ - Boekhandel Verkaaik in Gouda

‘Haast in een ruk uitgelezen. Een heel boeiend leven, beschreven in heerlijk levende karakters. Hoe je met hard werken en je ergens voor inzetten veel kunt bereiken. Hoe vriendschap een verrijking van je bestaan is. Je hoofd boven water houden, succes hebben, kopje onder gaan; we komen het in het leven allemaal wel eens tegen. Dat maakt het verhaal heel herkenbaar. En dat dan beschreven in personages die je dus overal tegen zou kunnen komen, met hun goede en kwade kanten. Ik kan niet wachten tot ik dit ook aan mijn klanten kan uitleggen!’ - The Read Shop Rheden

'Heerlijk leesvoer! Niet in het minst door de prachtige omschrijvingen van stoffen, modellen en founituren.' - Boekhandel De Reyghere, Brugge

'Het knappe van De voddenkoningin zit vooral in de vlotte manier waarop in deze roman een gezicht wordt gegeven aan de ontwikkeling die het Nederlandse midden- en kleinbedrijf sinds de jaren zestig heeft ondergaan.' - Dagblad van het Noorden

'Vond het zo’n heerlijke schrijfstijl, heb daar echt van genoten. En dan zo’n sterke powervrouw als hoofdpersoon, een mooi tijdsbeeld over Amsterdam in die tijd. Met een heerlijke schrijfstijl, waardoor je het makkelijk wegleest - zonder dat het oppervlakkig wordt! Prachtboek!' - Boekhandel Stevens in Hoofddorp

‘Dit boek draait niet psychologische ontwikkeling of intermenselijke relaties, het gaat om de personages zelf, hoe uit het niets iets op te bouwen, de pracht van kleding en de stad Amsterdam.’ – Boekhandel Pantheon

'Mooi tijdsdocument. De echte Koko heet Laura en dit is min of meer haar verhaal. Ze heeft een winkel in een van de beroemde 9 Straatjes in Amsterdam. Je kijkt met andere ogen rond als je dit boek hebt gelezen.' - Ingrid Witte, Boekhandel Los te Bussum

Blogrecensie van De voddenkoningin

Tja, mijn hart gaat hier echt sneller van kloppen. Hou je van mode en de verhalen erachter, dan is ‘De voddenkoningin’ van Saskia Goldschmidt echt een aanrader. Een roman die echt tot leven komt en je omringt met alle mooie kledingstukken ter wereld.

Bron: Moredelight.com

Boekhandel Iwema tipt De voddenkoningin

‘De Voddenkoningin’ is een portret van een ondernemende jonge vrouw in de jaren 60 en 70 die op het hoogtepunt van haar roem alles weer verliest. Hard geworden door haar jeugd met een moeder die veel foute mannen in huis haalde. Maar zorgzaam voor diegene om wie ze echt geeft. Het is een verhaal van vriendschap en vertrouwen maar ook van ondernemerschap en moordende concurrentie. Saksia Goldschmidt heeft na ‘Verplicht gelukkig’ en ‘De Hormoonfabriek’ weer een geweldig boek afgeleverd.

Bron: BoekhandelIwema.wordpress.com

Recensie van Pantheon Boekhandel

Dit boek draait niet psychologische ontwikkeling of intermenselijke relaties, het gaat om de personages zelf, hoe uit het niets iets op te bouwen, de pracht van kleding en de stad Amsterdam.

Bron: PantheonBoekhandel.nl

Blogrecensie van De voddenkoningin

Met de Voddenkoningin brengt Goldschmidt modeminnend Nederland en literatuurliefhebbers bij elkaar. De emotie die het boek met zich meebrengt betuigd van een goed vooronderzoek. De precisie waarmee de vodden worden omschreven zorgt ervoor dat de lezer als het waren in het verhaal wordt geplaatst. Detail zijn er in overvloed en er wordt ook niet geschroomd om een alinea geheel aan een kledingstuk te wijden. Dit te midden van een prachtig levensverhaal, van vallen en opstaan, van jezelf geheel kwijt raken en opnieuw vinden in een periode van geschiedenis schrijvende gebeurtenissen maakt De Voddenkoningin een adembenemend mooi verhaal.

Bron: Boekhopper.wordpress.com

Saskia Goldschmidt te gast bij Nooit meer slapen

Saskia Goldschmidt debuteert in 2011 met het boek Verplicht gelukkig, waarvoor zij de familiegeschiedenis van haar zwijgzame Joodse vader met moeite boven water heeft gekregen. Het jaar daarna verschijnt De Hormoonfabriek, een boek over de rücksichtsloze Mordechai de Paauw die een bedrijf opricht dat slachtafval verwerkt tot hormoonpreparaten. Voor haar nieuwste boek, De Voddenkoningin, heeft de voormalige actrice en theaterdocent zich laten inspireren door het leven van Laura Dols, pionier van de vintage mode. Het boek vertelt het verhaal van Koko, die in de sixties en seventies vodden verzamelt, er vintagemode van maakt, en op het hoogtepunt van haar carrière alles weer verliest. Pieter van der Wielen praat met Goldschmidt.

Bron: VPRO.nl

Voorpublicatie op Athenaeum.nl

De voddenkoningin is het wervelende levensverhaal van Koko, die in de sixties en seventies vodden verzamelt, er vintagemode van maakt, en op het hoogtepunt van haar carrière alles weer verliest. De roman is ook het verhaal van voddenboeren die in groothandelaren veranderen, van hippies die zakenmensen worden en van liefdadigheid die omslaat in commercie. Van idealen die ons ooit dierbaar waren.

Bron: Athenaeum.nl

Saskia Goldschmidt te gast bij Opium Radio 4

Schrijfster Saskia Goldschmidt bracht onlangs haar derde boek 'De voddenkoningin' uit. Het is het wervelende levensverhaal van Koko, die rijk wordt van haar vintagehandel maar op het hoogtepunt alles weer verliest. In het boek veranderen hippies in zakenmensen en slaat liefdadigheid om in commercie. Vanavond bij Opium op 4!

Bron: Radio4.nl