BOEKEN

BOEK

De erflaters

De erflaters

Jacqueline van Maarsen

De nasleep van een erfeniskwestie in Frankrijk, waarbij Jacqueline een belangrijke rol speelt, neemt tragische, zij het ook groteske en hier en daar hilarische vormen aan.

De erflaters, de voortzetting van Jaqueline van Maarsens memoires Ik heet Anne, zei ze, Anne Frank, is een belangrijk document voor onze kennis van Anne Frank en alles wat er later met en om haar dagboeken is gebeurd - en een bewogen portret van een roerig vrouwenleven in de twintigste eeuw.

Het eerste boek van Jacqueline van Maarsen, Ik heet Anne, zei ze, Anne Frank sloot af in 1947, twee jaar na de dood van Jacqueline's vriendin Anne Frank. Met haar dood was de vriendschap niet over. Otto Frank klampte zich wanhopig aan de liefste vriendin van zijn overleden dochter vast. En juist die vriendschap zorgde ervoor dat Jacqueline van Maarsen, die zich de eerste tientallen jaren na de oorlog niet bekendmaakte als vroegere vriendin van Anne Frank, toch in de openbaarheid trad, om halve waarheden en vervalsingen in verband met Anne te ontmaskeren en haar erfenis in zijn waarde te laten. Dat doet ze mede in samenwerking met de Anne Frank Stichting - maar als ze vindt dat het moet, en soms moet dat, gaat ze ertegenin.

Ze besteedt ook nu weer uitvoerig aandacht aan de allesoverheersende figuur in haar leven, haar Franse moeder, die op de leeftijd van 101 jaar in 1992 overleed. De nasleep van een erfeniskwestie in Frankrijk, waarbij Jacqueline een belangrijke rol speelt, neemt tragische, zij het ook groteske en hier en daar hilarische vormen aan.

   

Ik keek uit het raam naar de rivier die langs het hotel in Bazel liep. In deze tijd van het jaar stroomt de Rijn zo snel dat de boten die stroomopwaarts varen nauwelijks vooruitkomen, terwijl de schepen die de andere kant op gaan in volle vaart de rivier doorklieven.

Het was de laatste dag van onze vakantie in 1970. Die middag waren we bij Otto Frank op bezoek geweest. De volgende ochtend zouden we na een kort bezoek aan het papiermuseum naar Amsterdam terugrijden, waar mijn moeder samen met mijn zuster een week op onze kinderen had gepast.

Het afgelopen voorjaar was Anne's vader in Amsterdam geweest en had hij me het boek Weerklank gebracht. Het was een boek met reacties van bewonderaars van Anne's geschriften, dat net gepubliceerd was. Na het lezen ervan begreep ik hoeveel troost het Otto moest geven brieven vanuit de hele wereld te ontvangen van mensen die Het Achterhuis gelezen hadden. Otto vertelde me dat hij alle brieven die hij ontving beantwoordde. Niet zozeer het lot dat Anne beschoren was, maar haar gedachten en idealen maakten veel los bij de lezers van het dagboek. Ze konden ook niet veel weten over de maanden na het verraad en de arrestatie tot Anne's dood in maart 1945 - aan het eind van het dagboek stond slechts een korte mededeling over hoe en waar zeven van de acht onderduikers van het Achterhuis waren omgekomen.

Die middag had ik hem voor het eerst vragen gesteld. Eerder vroeg ik hem nooit iets over de dingen waar hij mee bezig was, ook niet over de Anne Frank Stichting. Hij zal gedacht hebben dat het mij niet interesseerde, maar het was pijnlijk voor mij hem te vragen naar de perikelen die ik daarover in de krant las en die voor hem niet allemaal aangenaam konden zijn. Het waren vaak politieke kwesties die aan de orde kwamen, of problemen over het bestuur en de organisatie van de Stichting. Ons gesprek was voor hem aanleiding Anne's oorspronkelijke dagboekje voor mij uit de kluis te halen toen wij die zomer, op weg naar huis, bij hem in Bazel op bezoek kwamen.

Voor het eerst na al die jaren hield ik Anne's kleine geruite dagboekje in handen en las daarin haar brieven aan mij. Eerst de brief die ze in september 1942 in haar dagboek had overgeschreven. 'Ik hoop dat we tot we elkaar terugzien altijd "beste" vriendinnen blijven' stond daarin, en daarna de tweede brief. Ik denk zo vaak aan jou.' Ik kende die zinnen uit mijn hoofd - de kopieën van de brieven had ik vijfentwintig jaar tevoren al van haar vader gekregen - maar nu las ik ze in haar eigen handschrift.

'Deze familiegeschiedenis bevat spannender stof dan sommige romans. Als het beeld van een tijd verbleekt of door mythes overwoekerd wordt, zijn herinneringen als deze onontbeerlijk.' - Jüdische Allgemeine