BOEKEN

BOEK

Angst vreet de ziel op

Angst vreet de ziel op

David Grossman

'Terreur maakt in een mum van tijd van gecultiveerde mensen primitieve, gewelddadige en chaotische creaturen.' - David Grossman

Grossmans berichten zijn altijd gebaseerd op zijn hoogstpersoonlijke ervaringen. Hoe radicaal verandert het openbare en het persoonlijke leven als een maatschappij steeds militanter, nationalistischer en economisch instabieler wordt? En is de ziel ertegen opgewassen als elke boodschap, ieder bezoekje aan de bioscoop en werkelijk elke privé-activiteit van het gezin wordt aangevreten door existentiële vragen over veiligheid? En boven alles torent steeds weer dezelfde vraag uit: wie of wat kan deze steeds absurdere geweldsspiraal nog doorbreken?

'Terreur maakt in een mum van tijd van gecultiveerde mensen primitieve, gewelddadige en chaotische creaturen.' - David Grossman

Bijna dagelijks berichten de kranten over Palestijnse zelfmoordaanslagen en Israëlische vergeldingsacties, en toch kunnen we ons niet goed voorstellen wat voor gevolgen de nu al twee jaar durende intifada bij Israëliërs en Palestijnen heeft. Of nauwkeuriger: welke verwoestingen in hoofd en hart de niet-verklaarde oorlog en vooral de permanente angst aanrichten.

David Grossman, van meet af aan betrokken bij de Peace-Now-Beweging, tekent in Angst vreet de ziel op met behulp van ons nauwelijks bekende details een schets van het Israëlisch-Palestijnse conflict en geeft verslag van wat voor invloed de intifada heeft. Hij schetst de door wederzijdse haat gedicteerde strategieën, maar ook de wanhoop in beide kampen, en hij beschrijft indringend waarom deze oorlog door geen van beide partijen kan worden gewonnen en geen van beide de eerste stap in de richting van de ander wil zetten.

   

Lawaai. Dat is het eerste woord dat bij me opkomt als ik aan de afgelopen tien jaar denk. Al dat lawaai. Geweerschoten en kreten, opruiende woorden en rouwklachten, explosies en demonstraties, veel clichés en speciale uitzendingen vanaf de locaties van terroristische aanslagen, geroep om wraak en het geronk van helikopters boven je hoofd, de loeiende sirenes en het zenuwslopende gerinkel van de telefoon na elk incident.

En in het middelpunt van die wervelwind, in het oog van de storm, heerst de stilte. Die kun je niet horen, alleen voelen met iedere vezel van je lichaam. Een stilte zoals je voelt als je slecht nieuws hebt ontvangen, maar het nog niet tot je is doorgedrongen, het moment tussen de slag en de pijn.

In deze leegte weet iedere persoon, Israëliër of Palestijn, met absolute zekerheid wat hij eigenlijk niet wil of durft te weten. Daar, diep vanbinnen, begrijpt hij (al ontkent hij het uit alle macht, met geschreeuw en geweervuur) dat zijn leven wordt verspild en vergooid in een zinloos conflict en dat zijn identiteit en zelfrespect en het enige leven dat hij te leven heeft hem voortdurend worden ontnomen in een conflict dat allang opgelost had kunnen zijn.

Het is te pijnlijk om toe te geven. De gedachte is te ondraaglijk. Vandaar die niet-aflatende, onweerstaanbare drang om de stilte te ontvluchten, om ons weer te storten in het vertrouwde lawaai waaraan we op de een of andere manier - hoe precies valt nauwelijks nog te achterhalen - gewend zijn geraakt. Zij (dat wil zeggen: 'de vijanden') krijgen ons niet klein. Wij hebben het recht aan onze kant. Er is geen keus. We zullen leven voor de strijd en sterven in de strijd.

Maar daar, op die stille plek, is het lawaai van buiten tot zwijgen gebracht. Daar zit, ontdaan van al zijn nationale, religieuze, tribale of sociale, beschermende kledij, een man naakt en alleen, ineengedoken als iemand die een verschrikkelijke daad op zijn geweten heeft en die begint te beseffen welke misdaad hij heeft begaan en nog steeds begaat, buiten de stilte, tegen anderen en tegen zichzelf.

Slechts weinigen van ons, Israëliërs of Palestijnen, kunnen trots zijn op wat we de afgelopen jaren hebben gedaan, waar we actief of in stilzwijgende aanvaarding van het lawaai aan hebben meegewerkt door onze blik af te wenden, onze ziel tijdelijk uit te schakelen, onszelf te verdoven.

Dit boek bestaat uit enkele tientallen artikelen en reacties op een aantal uitzonderlijk woelige momenten in de jaren sinds de ondertekening van de Oslo-akkoorden in 1993. Ik ben geen journalist; als het aan mij lag zou ik mezelf thuis opsluiten en uitsluitend fictie schrijven. Maar de dagelijkse realiteit waarin ik leef overtreft alles wat ik zou kunnen verzinnen en dringt door tot in mijn diepste wezen. Soms kan ik alleen door een artikel te schrijven zaken ontcijferen en begrijpen, en van dag tot dag overleven.

Ik schrijf ook artikelen vanwege het lawaai. Omdat ik vaak geen lucht meer krijg, claustrofobisch word, me klem voel zitten tussen de leugenachtige en misleidende woorden die alle belanghebbende partijen (de regering, het leger, de media) ons, hun onderdanen die in dit rampgebied wonen, voortdurend trachten op te dringen. Soms, als we een schijnbaar hopeloze en versteende situatie opnieuw onder woorden brengen, komen we erachter dat er echt geen goddelijk decreet is dat ons veroordeelt tot hulpeloos slachto€erschap, apathie en verlamming.

Maar ik moet toegeven dat ik vaak het gevoel heb gehad dat de verschrikkingen niet langer in woorden te vatten zijn. Het is moeilijk tot iemands hart te spreken als om je heen mensen worden opgeblazen en kinderen uit elkaar gereten. Op zulke momenten wil ik niet schrijven maar schreeuwend de straat op rennen.

Sommige meningen en verwachtingen die ik heb geuit en bepaalde taxaties die ik juist achtte, zijn gelogenstraft nadat ik ze had opgeschreven. Ik heb de betreffende artikelen desalniettemin in deze verzameling opgenomen omdat ze naar mijn mening een proces weergeven dat velen van ons hebben doorgemaakt. Ik heb ze opgenomen omdat ik niet wil ontkennen wat ik, en ik niet alleen, heb doorgemaakt.

Bovendien wil ik ook mijn verwachtingen en wensen niet herroepen. Soms, als ik op de kaart kijk en zie waarover het gaat, raak ik vertwijfeld. Daar ligt het minuscule staatje Israël, dat zo klein is dat de naam op de kaart er niet eens in past en dat in het midden nog geen elf kilometer breed is. Het wordt omringd door vijandige landen en volken, waarvan een aantal in de greep zijn geraakt van een fundamentalistisch islamisme, vervuld van haat tegen de joden om hun jood-zijn en met de uitdrukkelijke wens de joodse staat te vernietigen. In mijn lichaam voel ik hoe angst en wanhoop de vingers van een uitgestoken hand ballen tot een vuist...

Dat Israëliërs in deze situatie de instinctieve drang voelen hun verdedigingswallen nog hoger op te werpen is niet moeilijk te vatten. Het is begrijpelijk dat ze geneigd zijn om agressieve, oorlogszuchtige leiders te volgen, zich te verschansen in een harnas, angstig, argwanend en getekend door hun verleden, in afwachting van de volgende botsing.

Wat staat ons te wachten? Wie is zo wijs dat hij dat weet? Ik ben geneigd te denken dat ons leven hier in de nabije toekomst zal blijven bestaan uit een onafgebroken reeks kleine en grote confrontaties. Mijn hoop is erop gevestigd dat langzaam maar zeker de lonten in het conflict onklaar zullen raken, dat beide partijen genoeg zullen krijgen van het vechten en dat Israëliërs en Palestijnen tot een pijnlijk besef van de waarheid zullen komen, dat hen ertoe zal dwingen hun toevlucht te nemen tot geweldloze middelen om hun doel te bereiken.

Maar ook al zijn we veroordeeld tot vele jaren geweld en vijandschap, tot kwetsbare vredesovereenkomsten die steeds weer geschonden zullen worden, dan nog moeten we onophoudelijk aan alternatieven blijven werken. We moeten blijven hameren op de mogelijkheid van vreedzame coëxistentie, al wordt die nu ontkend en verworpen. Diegenen onder onze beide volken die werkelijk vrede willen en die bereid zijn daar pijnlijke concessies voor te doen, moeten de handen ineenslaan.

Als we dat niet doen, zetten we de deur wijd open voor extremisten, geweldplegers en oorlogshitsers. Dan zullen de komende generaties zich nog slechts vaag herinneren welke dingen werkelijk de moeite waard zijn om voor te vechten, om naar te streven. Het is beangstigend te zien hoe gemakkelijk wij dat vergeten, hoe snel de dierbaarste, belangrijkste dingen vervagen en verloren gaan in het lawaai.

Dat is misschien nog wel de meest ontmoedigende ontdekking van de afgelopen twee jaar: de bedwelmende aantrekkingskracht van haat en wraaklust. Het is of in één enkele ademtocht het vernis van cultuur en menselijkheid van de twee volken is verwijderd en de grofheid en het barbarisme bloot zijn komen te liggen. Als je soms ziet welke wreedheden deze twee volken elkaar aandoen zou je niet enkel de wil verliezen om hier te leven, maar om überhaupt te leven.

De kans om uit deze innerlijke valkuilen te ontsnappen hangt dus in niet geringe mate af van ons vermogen weerstand te bieden aan de manier van denken die tot uitdrukking komt in uitspraken als 'Er is geen keus' en 'Er is geen partner'. In deze strijd zijn het niet zozeer de Israëliërs en de Palestijnen die tegenover elkaar staan, als wel degenen die niet aan de wanhoop willen toegeven en degenen die er een manier van leven van willen maken.

Die strijd vormt de kern van dit boek: bijna dertig artikelen die samen één verhaal vormen dat nog altijd niet ten einde is.


Download het fragment als PDF

'Met zulke kost kruip je niet lekker op de bank. Angst vreet de ziel op is geen leuk leesboek. Maar, en dat klinkt gek in deze zware context, het boek leest als een tierelier. Hoewel soms misselijkmakend aangrijpend, is het een groot genoegen in zulke prachtige bewoordingen te lezen over deze dwaze overlevingsoorlog om een paar vierkante kilometers. En dat komt vooral omdat Grossman ongelooflijk eerlijk zijn eigen bloed laat zien, zijn handen; kijk, dit ben ik, een mens, levend in zo'n land, waar ik niets van begrijp, maar dat ik wel doorvoel. Grossman geeft een afgewogen en persoonlijk weerwoord. Hij laat zien hoe de Palestijnen en Israëliërs, én hijzelf, zijn losgesneden van de essentie, die hij nu als een slinger om de nek van iedere lezer legt.' - Fleur Speet in Het Financieele Dagblad

'Reportages en opiniestukken van een groot Israëlitisch romancier. Voornamelijk over het Palestijns-Israëlische conflict, met grote wijsheid en grote wanhooop geschreven. Opvallend is een geroerd verslag van het bezoek van paus Johannes Paulus aan Israël en de Palestijnse gebieden.' - Trouw

Bespreking op Boekrecensie.nl

Hoewel Grossman een linkse schrijver is en niets moet hebben van de Israëlische aanwezigheid in Judea en Samaria (Westbank), is het boek aardig objectief beschreven.

Bron: Kunst-en-cultuur.infonu.nl